dialoog
trojkapijl
De ander betrekken bij de dialoog : van nu
naar toekomst. Het lijkt alsof ik deze pijl wel zou kunnen gebruiken. Van niets
(geen school) naar iets (wel een school).
“Als er iets
'groots' vast staat, kan het mensen het gevoel geven vast te zitten in een
bestaand kader”, benoemt Gery. Dit doet me even denken aan mijn eigen
onderwijsconcept en hoeveel ruimte er voor mensen over is te ontwikkelen. In
die zin kan ik ook een Trojka gesprek met mezelf houden. Wat is het
toekomstbeeld, hoe is er nu, wat zou er
kunnen, wat is er in huis, en wat zijn de acties.
Volgens Earl
en Katz (2006) is een lerende, onderzoekende houding van de schoolleider
cruciaal. Ergens stemt me dat ook wel gerust, het hoeft en kan wellicht ook
niet meteen perfect. Alhoewel ik dat wel zou willen. Dat streven naar perfectie
geeft me ergens een gevoel van onrust. Fijn te weten dat we steeds leren door
het blijve doen van onderzoek. In dit geval een korte reflectie op mijn eigen
organisatie, mijn eigen kijk op onderwijs, mensen ontwikkelen en het leren van
leerlingen mogelijk maken.
Het ‘grootse’wat vaststaat is de
organisatiestructuur. Een organisatiestructuur die erop gericht is continu en
samen te leren en te onderzoeken.
De
inrichting in een leergemeenschap, professionele leergemeenschap en
maatschappelijke leergemeenschap. De inrichting de het mogelijk maakt elkaar te
ontmoeten, elkaar cruciale vragen te stellen, samen te werken, samen te lezen,
samen te praten, elkaars zienswijzen en effecten te bespreken, met steeds de
gerichtheid op het verder verbeteren van het onderwijs en elkaar. Het onderwijs
op mijn school, het onderwijs in de regio en zelfs, mijn eigen persoonlijke
ambitie, het doen kantelen van onderwijs in Nederland. Dit is mijn bewustzijn
in mijn eigen Trojka Pijl, van idealisme, naar realisme en vervolgens het nemen
van verantwoordelijkheden hierin. In het nemen van deze verantwoordelijkheid is
mijn houvast het geloof in de nieuwsgierigheid van mensen en de gedrevenheid
het werk steeds beter te willen doen. Die verantwoordelijkheid neigt eerder
naar ‘vertrouwen’. De verantwoordelijkheid zit meer in het mogelijkmaken dat
het vertrouwen haar uitwerking kan krijgen door een simpele duidelijke
structuur neer te zetten. Daarbij geeft Scheerens (2010) ook kritische
opmerkingen t.a.v. leiderschap als het gaat om innoveren. Hij vraagt zich af
wat autonomie oplevert anders dan exploreren. Het zou onvoldoende leiden tot
vernieuwen. Hij ziet liever strakke regie, sterke leiding op basis van bewezen theorieën, planmatig
en doelgericht werken om werkelijk tot iets anders te komen. Daarom mijn inrichting van de organisatie als
ecosysteem waarbinnen leerprocessen tussen mensen zich kunnen afspelen, met de’innovatiekringen’als
maatschappelijke leergemeenschap. Deze structuur
die vanuit ‘visionair leiderschap’ is ontworpen voldoet hiermee aan de voorwaarden zoals voorgesteld
door Sawyer (2007): gemeenschappelijk doel, mix van ego's, gelijke
participatie,gemeenschappelijk doel, nut inzien, blik op de toekomst.
Daarnaast is mijn leiderschap ook verantwoordelijk voor een
cultuur binnen deze IK’s die het creatieve proces mogelijk moet maken, de eigenschappen
zoals Sawyer deze benoemt:
innovatie mag evolueren, open sfeer, proces kan
inefficiënt zijn door uitproberen, is wel cyclisch, fouten maken mag, geen
vooroordelen, team bouwt verder op ideeën, bottum up. Ook Moolenaar geeft aan dat het inzetten van 'sociaal kapitaal bijdraagt aan het vermogen om te leren. De innovatiekringen zijn samenwerkingsverbanden (sociale netwerken door relatie aan elkaar verbonden) die kunnen gelden als het antwoord op de continue druk op onderwijsverbetering.
Een goed uitgewerkt leerproces, één waarbinnen alle vier de fasen van de leercyclus worden doorlopen, dat gaat leiden tot een beter leerresultaat, zowel voor kinderen als volwassenen: oftewel mensen. In die zin maak ik geen verschil tussen het leren van kinderen en het leren van volwassenen. Het verschil in het leren door mensen wordt naast hun referentiekader, opvoeding, achtergrond en eerdere ervaringen voor een groot deel bepaald door het verschil in leerstijl.
Als mensen van
uit hun eigen leerstijl kunnen werken, zal de motivatie verbeteren. Wat is er leuker dan te beginnen
met iets waar je goed in bent? Urgentie daagt uit, maakt een gevoel van
verantwoordelijkheid en zal mesnen aanzetten tot iets nieuws willen leren en
gaan leren toepassen.
Een voorbeeld is een gesprek met een
leerkracht die als ‘platform-leider’ een van de IK’s gaat leiden, de ‘IK’ het
jong kind. We hebben een coachend gesprek overde rol die ze denkt te moeten
gaan nemen. Als vanzelf verliep het gesprek via Trojka principes, alhoewel ik
me hier in het vooraf niet bewust van was, of bewust hiervoor gekozen had. Ze
gaf duidelijk blijkt van wat angst of eerder ‘gezonde spanning’. Ze had nog
winig beeld, had moeite met het loslaten van de vaststaande kaders, geen
handvatten. Een prachtige zinsnede was voor mij de kroon op het gesprek: “ik
denk dat ik eens iets ga lezen over platform- leiderschap’.
Een bewijs van als de urgentie er is, zal het aanzetten tot willen leren
en acties die de bijbehorende competenties gaan doen ontwikkelen.
Ik besluit haar en de andere teamleden het artikel van Nienke Moolenaar, 'Verbinden en Verbeteren: opbrengsten van sociaal kapitaal in het onderwijs' te geven.
Ik besluit haar en de andere teamleden het artikel van Nienke Moolenaar, 'Verbinden en Verbeteren: opbrengsten van sociaal kapitaal in het onderwijs' te geven.
Iedere
leerstijl heeft zijn specifieke kwaliteiten en dus ook zijn valkuilen.
Onderlinge afstemming kan het leereffect positief beïnvloeden. Wellicht is
het zinnig om de leerstijlen van elkaar te weten en dus te weten wat we ‘in
huis hebben’. De
toepassing van de leerstijlen en theorie van Kolb: het leerproces en de vier
leerstijlen, kan bij leren en scholing activerend werken. Dus: iedereen die wil
leren binden en boeien, daar gaat het om.
In elk kwadrant zitten vaardigheden die
leiden tot ervaringsgericht leren.
Niemand is
een 'doener'. Het gaat er om waar het leren bij iemands leren start. Het is mogelijk om mensen in een team te
herkennen. De kunst is als
coach om over te laten stappen naar andere kwadranten, rekening houdend met de
wetenschap dat als opdrachten te ver af staan van de leerstijl, niet gaan
leiden tot het gewenste leereffect.
Ook vanuit
deze invalshoek lijkt het zinvol te zijn een leerstijltest te gaan doen met het
team.
Coachend
leiding geven doe je vanuit een toekomstbeeld. Dat toekomstbeeld geeft
richting, inspiratie en bevlogenheid. Het is het antwoord op de ‘Why vraag’ uit
het model van Simon Sinek. Het toekomstbeeld helpt je om te sturen op
resultaten en op performance. Hoe komt het dat daar dan zoveel bezwaar tegen
wordt gemaakt?
+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
oefengesprek
Marlon,
Pieter, Sanne, Jolanda
oefen
gesprek n.a.v. Trojka - pijl
ik ben de
inbrenger: gevoel van irritatie naar een collega, zij breekt regelmatig bij
gesprekken in, neemt het woord, geeft ongevraagd antwoorden en neemt mijn
beslissingen over.
De fases
zijn doorlopen, dit was helpend in het kanaliseren van gedachtes. Dit
kanaliseren leidde eigenlijk al tot de actie: ingrijpen. Wat heel helpend is om
te focussen op wat het 'toekomstbeeld ' is. Om dit goed te bespreken is het
heel helpend om steeds naar het toekomstbeeld te blijven vragen: het linkt wat
aan 'waarom', 'waarom', 'waarom', 'waarom'. Blijven doorvragen tot het voor
jezelf als coach duidelijk is, hiermee wordt het voor de gecoachte ook veel
duidelijk. de verdere stappen zijn dan ook duidelijker, waardoor het gesprek
meer (de goede) richting blijft houden. Als de pijl duidelijk wordt voor
iedereen (zichtbaar) elkaar helpen om de juiste vragen te stellen: team,
observant. Om steeds de vraagstelling te toetsen aan de pijl. Op die manier kan
intercollegiaal leren meer duidelijkheid hebben of krijgen.
actuele
spanning: huidige situatie > gewenste situatie.
Wat naast de
opdracht ook fijn was, is dat de ervaring van het voelen van irritatie gedeeld
werd; de verwachtingen, de opvattingen over waarden / normen, de verwachtingen
en teleurstellingen....dat maakt de rol van een schoolleider niet altijd even
comfortabel.
Ik maak de
situatie complexer door veel begrip te hebben voor de omstandigheden: nieuwe
school, nieuwe collega, nieuw team, nieuwe onderwijsvorm. Dit is niet helpend.
Ik wil zien dat deze leerkracht haar kracht inzet binnen de rol die ze moet
nemen: leerkracht en aansluitend ieder in de eigen rol laten, of houden, dat
maakt elkaar sterker.
Dat houdt in
dat ik toch direct op en in de situatie zal moeten reageren, dit zijn ook de
adviezen van de collega studenten. Meteen de rol duidelijk maken, en koppelen aan
het belang van de organisatie.
De adviezen
liggen ook in de lijn van direct reageren, zonder 'pijl', 'cirkel' of wat
dan ook. Indien de situatie zich nogmaals voordoet kan er wel een hulpmiddel
worden ingezet.
De kans dat
ik het ga doen: zodra de situatie zich voordoet: een 10.
Ik wil mijn
rol nemen, geen voices laten spreken, duidelijkheid geven, leiding geven aan
het doen ontstaan van de gewenste cultuur.
Henderijn
geeft mij een vraag ter overdenking: waarom de voices niet benoemen?
Tja.
Ik overweeg de verschillende redenen en de verschillende situaties. Het
benoemen van de voices is denk ik situationeel. Het benoemen van de voices moet
een doel dienen, ondersteunend zijn in de situatie, verhelderend werken, als
voorbeeld dienen, kwetsbaarheid en leerbaarheid tonen. In dit geval heb ik
sterk een gevoel over het neerzetten van rollen en de bijbehorende aura’s. Het
gaat niet over mij, over mijn persoon, ik word niet als persoon geraakt. Mijn
rol wordt geraakt waardoor ik deze niet goed kan neerzetten. Dit kan ten koste
gaan van de ontwikkeling van de organistie.
Ja…plausibel, aannemelijk. Ik houd het in deze situatie op vertalen van
het belang van het in stand houden van de rollen, waarbij ik de persoonlijke
kwestie (irritatie) niet wil verweven.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
OPDRACHT:
teamdialoog
behorende bij Module,
mensen
ontwikkelen,
persoonlijke
ontwikkeling, '
onderzoekje'.
filmpje.
reflecteren
en delen bij volgende bijeenkomst
T:
toekomstbeeld
R: zijn >
hoe is het nu
0: kunnen
> wat zou er kunnen
JK: hebben
> wat heb je in huis? (testen in inzicht te krijgen in wat je in huis hebt!)
123test.nl : kolb, caluwe, dilts, big five, etc, daniel offman
(kwaliteiten), roos van Leary,
A: doen >
wat ga je nu concreet doen?



Geen opmerkingen:
Een reactie posten