De opdracht bij
deze module luidt:
kies binnen de 5 praktijken van mensen ontwikkelen en op basis van een
beknopte analyse in de eigen schoolpraktijk (vragenlijst onderzoekende cultuur
/ netwerkanalyse een leiderschapspraktijk die ik verder wil
ontwikkelen.
De 5 praktijken
zijn:
1) Ondersteuning bieden en rekening houden met /
ruimte geven aan individuele teamleden,
2) Stimuleren van ontwikkeling van de professionele
capaciteit van het team / teamleden,
3) Een rolmodel zijn voor leraren, leerlingen/ studenten
en ouders op het gebied van de waarden van de school, en gewenste
onderwijspraktijken,
4) Bouwen aan relaties op basis van vertrouwen met en
binnen het team, leerlingen / studenten en ouders,
5) Bouwen aan relaties met de omgeving .
Bovenstaande
aspecten zijn vertaald in een zin:
De MLE-er voorziet
in de ondersteuning en bekommert zich om individuele medewerkers. Hij bevordert
de professionele ontwikkelingvan de medewerkers en bouwt aan vertrouwensvolle
relaties tussen teamleden, leerlingen en met ouders en de schoolomgeving. Hij
is voorbeelding tav de waarden van de school.
De focus ligt op
het versterken van de onderzoekende cultuur.
Voeren van de
professionele dialoog.
Daarbij benoemen van een ontwikkeldoel, gericht op het versterken van de
onderzoekende cultuur dat betrekking heeft op:
×
het leiding geven aan ontwikkeling van de onderzoekende cultuur in het
team of
×
het ontwikkelen van relaties in / van het team met de omgeving,
Uit de doelomschrijving blijkt tevens een relatie met de ontwikkeling
van de eigen professionele identiteit als leider.
Voer tijdens de looptijd van de module interventies uit in en met het
team om het ontwikkeldoel te realiseren, leg de interventies en de resultaten
daarvan vast in een . Reflecteer diepgaand op de ervaringen, de
kennisontwikkeling en de leiderschapsidentiteit.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
verkorte netwerkanalyse
de school wil een netwerkorganisatie zijn. Deze
organisatie is 3 dimensionaal opgebouwd, duidelijk herkenbaar in een
visualisatie: leergemeenschap, professionele leergemeenschap en maatschappelijke leergemeenschap. Deze
organisatievorm biedt een duidelijk kader, waarbinnen leerkrachten autonoom
kunnen handelen en waarbinnen ik probeer
urgente vragen te stellen die iedereen: leerlingen, professionals en
stakeholders, uitnodig om een onderzoekende houding aan te nemen. De plek in de
organisatie die leerkrachten kunnen innemen is direct verbonden met de eigen
interesse / focus, waarmee ik wil voldoen aan het tegemoet komen van ruimte
bieden aan de eigen ontwikkeling (Leithwood praktijk 1). Door onderlinge
samenhang te duiden en te stimuleren, elkaar op te laten zoeken, elkaar van
feedback te voorzien en het stimuleren van kritische reflectie (op alle drie de
dimensies) werk ik aan de ontwikkeling van de professionele capaciteit
(Leithwood praktijk 2).Ik wil mezelf kwetsbaar opstellen door ook een onderzoekende
houding aan te nemen, nieuwe dingen uit te proberen en vooral ook te doen wat
ik zelf moeilijk vind; feedback geven vanuit een onprettig gevoel (irritatie). Op
deze manier denk ik een rolmodel te zijn voor leraren, leerlingen en ouders op het gebied van
de waarden van de school, en gewenste onderwijspraktijken die erop gericht zijn
onderzoekend en ontwerpend te leren (Leithwood praktijk
3).
Bouwen aan realties op basis van vertrouwen mag wellicht sterker worden
neergezet (Leithwood praktijk 4). Het gaat
hierbij niet om geen vertrouwen in mijn persoon (Zenger en Folkman), maar meer
in het meer duidelijk stellen van doelen en harde afbakeningen in tijd. Dit pas
ook bij mijn wens om duidelijke verwachtingen te uiten t.a.v. de gewenste
resultaten. Dit kan breed gezien worden: waarneembaar gedrag, waarneembare
producten, effectieve processen en effecten van het leerproces van leerlingen. Er
zijn duidelijke IK’s aan de school verbonden met een personeelslid als
makelaar. O.a. via deze manier wordt gewerkt met de omgeving. Ook het onderwijs
vindt buiten de eigen onderwijsplek plaats. De lessen worden op meerdere
locaties gegeven, passend bij de inhoud, op zoek naar gedeelde passie en
gerichtheid tussen de ‘onderwijzer (kan ook een externe zijn) en de leerlingen.
De school bouwt stevig aan de relaties met de omgeving (Leithwood 5).
Uit deze analyse blijkt dat praktijk 4 meer dan de andere praktijken om
aandacht vraagt.
Ik kies dan ook om verder uit te werken leiderschapspraktijk 4:
Bouwen aan relaties op basis van vertrouwen met en binnen het team,
leerlingen en ouders.
klein onderzoek
is
uitgewerkt in de eindopdracht.
uiteindeijke (lange termijn) doel:
leerkrachten die O&O wijze lesgeven, aan de hand van de leerlijnen
en leerlingen hierbij van juiste feedback voorzien.
Samengevat de opdracht vanuit de module naar
mezelf geintegreerd:
Door leiding te geven aan ontwikkeling van de onderzoekende cultuur in
het team wil ik bouwen aan relaties op basis van vertrouwen.
Het ontwikkeldoel
Het team is meer op de hoogte van de effecten
van feedback op het leren van mensen (leerlingen en volwassenen) binnen een
onderzoekende cultuur.
Ik moet leren op een afgestemde manier feedback te geven op waarneembaar
gedrag, waarbij ik mijn eigen voices constructief in weet te zetten, om hiermee
een gedragsverandering bij een leerkracht tot stand te brengen.
Daarnaast wil ik voorbeeldgedrag tonen, richting de leerlingen,
leerkrachten en omgeving, waarmee ik in eerste instantie de leerkrachten wil
aanzetten onderzoekende cultuur (onderzoekend en ontwerpend leren) verder vorm
te geven.
De focus zal
steeds zijn: het geven van feedback
interventies
Interventies
die hier tot nu toe op gericht zijn geweest zijn ook toepast op het
driedimensionale van de inrichting van de organisatie: leergemeenschap,
progessionele leergemeenschap en maatschappelijke leergemeenschap.
×
Leergemeenschap: ik heb zelf lessen uitgeprobeerd aangaande
onderzoekend en ontwerpend leren: austin’s butterfly, thema herfst, prinsjesdag, Amerikaanse verkiezingen.
×
Professionele leergemeenschap:
×
drie team
overleggen
1) ‘de streep’, effect voelen van (geen) doelen
stellen, (beperkte) instructie, (nauwelijks) feedback, eigen zoektocht naar ‘hoe
moet het?’
2) koppeling naar eigen gedrag, wat maakt het
laten zien van filmpjes los, eigen zoektocht naar ‘wat voel ik’.
3)
Koppeling specifieker
gemaakt naar feedback. Tonen van een filmpje: effecten van coachend gedrag:’
wat doe ik?’
Dialoog met
leerkracht: gesprek over platformleiderschap.
-
Maatschappelijke leergemeenschap: IK: benoemen makelaar voor IK jonge kind:
Voor deze
module ga ik de teamdialoog verder uitwerken t.a.v het onderzoeken van wat de
kennis is aangaande feedback voortvloeiend uit de conclusie bij het klein
onderzoek.
Jolanda, met veel bewondering lees ik je laatste blogberichten. De beschrijving van je gedachten, overwegingen en conclusies laten een mooie ontwikkeling zien. In dit laatste bericht kom je tot een soort conclusie met betrekking tot je eigen rol, wat mij betreft een prachtig ontwikkeldoel voor Mensen Ontwikkelen (zowel naar jezelf als naar je team). De volgende vraag zou ik je willen meegeven: Hoe zou het zijn als je de 'voices' die je ervaart zou mogen benoemen in plaats van vermijden (zowel die van jezelf, als die van de ander) in een feedbackgesprek?
BeantwoordenVerwijderen