Zo staan de zaken ervoor.
Blokjes theorie, blokjes praktijk, blokjes
wetenschappers, blokjes organisatie, blokjes team en dan ook nog een
blokje van mezelf; het witte blokje. Volgens de kleurenindeling van Caluwé
scoor ik in mijn persoonlijke voorkeurstijl van veranderen 'wit'. Volgens
Caluwe staat wit voor innoveren en vernieuwen. Wit gaat vaak goed gepaard
met groen, dat meer staat voor leerprocessen en mijn eerstvolgende hoge score.
Caluwé heeft correlaties onderzocht. In beschrijving van persoonlijkheden
noemt Caluwe ' Openness to New Experiences' en ' Neuroticism' ; brede
interesses, levendige fantasie, intellectuele autonomie, ideeenijkheid.
Daarnaast dus ook gespannenheid, bezorgdheid en zelfbewustzijn, emotionele
buien, kwetsbaarheid en soms vijandigheid. In het leren lijkt wit niet te
passen bij ' gepland leren', maar meer passend bij spontaan leren en
instructie-georienteerd leren.
" veranderaars hebben net als alle
andere mensen gedragsvoorkeuren: bepaalde gedragingen komen meer voor dan
andere". (Caluwé, 2012) Het kleurendenken geeft inzichten, methoden,
en instrumenten om op een professionele manier veranderingstrajecten te
ontwerpen en uit te voeren.
Zou het dan zo kunnen zijn dat er op
verschillende momenten, passend bij de strategie die nodig is een andere
voorkeur boven komt in het handelen? Ik herken de verschillende voorkeuren wel
in mijn eigen handelen; ik ben niet altijd wit, omdat wit niet altijd helpend
is. Ik herken de beschrijving van de witte veranderaar; de chaostheorie,
herkennen van levende complexe systemen, evolutiedenken. Dit als basis voor
mijn denken, het handelen en inrichten past zeker bij groen; creëren van
gezamenlijke leersituaties, motiveren, feedback faciliteren, experimenteren met
nieuw gedrag; doen en denken koppelen. Rood herken ik in het zoeken naar de
optimale ' fit' tussen organisatie en werknemers; hier komt
waarschijnlijk mijn metafoor ' triviant' vandaan en voel ik zoveel voor
de kleuren van Caluwe om de complexiteit van mensen te kunnen begrijpen, aan
elkaar te kunnen verbinden en versterken, zodoende de organisatie steeds meer
in balans te kunnen brengen. In het structuren van de organisatie herken ik ook
zeker blauw; het rationele ontwerpen en implementeren van veranderingen,
plannen en organiseren. Hierbij denk ik direct aan de projectplannen,
jaarplanningen, beleid en de totale inrichting van jaarkalender, zorgkalender.
Ik wil dat het duidelijk, zichtbaar, herkenbaar en volgbaar is voor werknemers,
zodat ze steeds overzicht en zodoende grip kunnen houden op de complexiteit en
het tempo van de organisatie.
Ik zie niets van mezelf terug in geel; denken in
termen van belangen, conflicten en macht. Het roept aversie op; daar is het
leven niet voor bedoeld, het raakt mijn allergie en emotie. Ik word hier boos
van.
Hoe zit het dan met mijn leiderschap volgens
Leithwood? Belangrijke aspecten van een (school)leider in het structureren
van het mogelijk maken van samenwerking en gedeeld leiderschap zijn:
- tijdschema's creëren die een maximale tijd opleveren
om een taak te kunnen doen,
- met regelmaat mogelijkheid creëren en
stimuleren tot samenwerking.
- tot stand brengen van structuren in een team om
problemen op te lossen
- participeren binnen het team en het verbeteren
van het werk,
- gedeeld leiderschap inrichten voor specifieke
taken
- leerkrachten verbinden in het samen maken van
beslissingen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten